Verhaal

In het voetspoor van de Boeddha

Verteller:

Aan het einde van zijn leven riep de Boeddha (ca. 490 – 410v.Chr.) zijn volgelingen op om een pelgrimstocht te maken naar deze vier plaatsen:

  • Lumbini (Nepal), waar hij als Siddhartha Gautama werd geboren,
  • Bodhgaya (India), waar hij de verlichting bereikte en “Boeddha” (ontwaakte) werd
  • Sarnath (India), waar hij zijn inzichten voor het eerst met anderen deelde,
  • Kushinagara (India), waar hij op tachtigjarige leeftijd overleed.

Sindsdien hebben miljoenen pelgrims deze tocht gelopen, tot de 13e eeuw, toen de Islam zijn intrede deed en het Hindoeïsme weer opleefde. Het Boeddhisme verdween in India naar de achtergrond.
In de 19e eeuw werden de plaatsen herontdekt, aan de hand van de reisverslagen van de Chinese boeddhistische monniken Faxian (5e eeuw) en Xuanzang (7e eeuw).
Vanaf het midden van de 20e eeuw zijn er geleidelijk weer meer pelgrims onderweg, maar niet te voet. Ik ging wèl te voet, in 2003, en was mogelijk de eerste sinds de 13e eeuw.

  • verhaal gepubliceerd op: 12 februari 2018
  • aanvulling(en) gepubliceerd op: –

 

Was deze route voor jou een pelgrimstocht?

Ja. Tijdens deze tocht werd mij steeds duidelijker dat deze vier plaatsen niet alleen verwijzen naar belangrijke momenten in het leven van de Boeddha maar ook in mijn eigen leven.
Siddhartha Gautama begon zijn spirituele zoektocht nadat hij vier tekenen had gekregen. Drie daarvan wezen op de vergankelijkheid van het leven: ouderdom, ziekte en dood. Het vierde teken betrof een monnik, die een eenvoudig leven leidde, gericht op spirituele ontwikkeling. Siddharta besloot zijn voorbeeld te volgen en zijn beschermde leven en paleis te verlaten. Dit moment is bekend geworden als “het grote vertrek”.
Ook ik heb die tekenen vlak vóór mijn reis gehad, in de vorm van heftige gezondheidsproblemen bij mijn moeder en mijn partner. En ook ik kreeg belangrijk advies van een monnik, bij míjn “grote vertrek”. Vrijwel iedereen ontraadde mij de tocht vanwege de mogelijke gevaren in het buitengebied van India. Hij stimuleerde mij echter: “Ga zonder angst. (“Go without fear”). Als je bang bent, zul je anderen angst aanjagen.”
  

 

Wat waren hoogtepunten op je reis?

Het lopen langs die enorme rivier de Ganges was weergaloos. Al die tempels, de gelovigen en hun rituelen, bijvoorbeeld bij het cremeren van de doden of het baden in de heilige rivier. Waar overigens ook drek kon ronddrijven, met soms een schedel op de oever.
Zeker in het begin vroeg ik me elke dag af: hoe moet ik lopen, waar vind ik eten, drinken en onderdak? Om vervolgens te ontdekken dat het antwoord op die vragen elke dag als vanzelf leek te komen.
Je ervaart het bijzondere van gebeurtenissen, waar je in het dagelijkse leven vaak aan voorbij gaat. Zo was het vinden van kaartmateriaal van India een groot probleem. (Toen ik de tocht maakte was er bijvoorbeeld nog geen Google Earth). Een paar dagen vóór vertrek had ik nog niets bruikbaars. Op het laatste moment vond ik plotseling, op de website van een Amerikaanse universiteit, gedigitaliseerde Britse stafkaarten uit de jaren 50.

 

Wat was typerend voor de ontmoetingen onderweg?

De grote gastvrijheid van de mensen die langs “mijn” route wonen. In India wordt een pelgrim nog gezien als een vertegenwoordiger van het goddelijke. Je kunt er positief “karma” (wet van oorzaak en gevolg) verwerven als je, bijvoorbeeld, een pelgrim helpt. Als je als pelgrim wordt geholpen, help je dus tegelijk ook diegene die jou helpt.
Eén vorm van hulp was voor mij niet zo nuttig. Als ik de weg vroeg, werd ik door mensen steeds naar de grotere, doorgaande geasfalteerde wegen gewezen. Terwijl ik juist op zoek was naar kleine paden langs rijstvelden en rivieren. Het is niet alleen aantrekkelijker maar ook veel veiliger om die te volgen. De grotere wegen zijn voor voetgangers levensgevaarlijk door het drukke verkeer.
Overigens was het qua taal behelpen, zelfs voor mijn Indiase reisgenoten, omdat er zoveel verschillende talen zijn in India. Engels werd nog nauwelijks gesproken, al wordt dat bij jongeren snel anders door het beter wordende onderwijs.

 

Wat was typerend voor de landschappen onderweg?

De enorme rivieren in deze vlakte. Niet alleen de Ganges, maar bijvoorbeeld ook de Gandak. Tijdens de moesson zijn deze heel breed maar tijdens mijn reis -in de droge tijd (de winter)- leken de lege beddingen op woestijnen.
De heuvelachtige, vrij groene omgeving van Rajgir bood dus een mooie afwisseling.
En dat gold ook voor het lopen door de eindeloos lijkende rijstvelden.
Van de enorme oerwouden, vol met wilde dieren, die de reizende monniken uit China beschreven is nu nog maar een heel klein, maar mooi stuk over.

 

 

Hoe zat het met het onderdak, eten en drinken?

Voor mijn reis werd mij geadviseerd: “Zoek de tempels op”. Dat heb ik gedaan. Toch heb ik niet alleen in hindoetempels overnacht, maar ook op veel andere plekken: in boeddhistische tempels, een jain tempel, “daramsala’s” (herbergen voor pelgrims), bij mensen thuis, in een pakhuis, op een politiebureau, in een “dakbangla” (herberg), in scholen en een enkele keer in een hotelletje of “guest house”.
Ik liep in de winter, het wordt dan rond vijf uur ‘s middags donker. Meestal keek ik vanaf drie uur uit naar een overnachtingsplek, om niet door het donker te worden overvallen.
Het is beslist aan te raden om een goed waterfilter of jodium mee te nemen, want veilig drinkwater is onderweg niet te vinden. Ik at onderweg wat de pot schafte, maar ik was wel voorzichtig. In India heb je zo een darminfectie aan (of in) je broek. Thee in wegstalletjes (met veel suiker en melk) en bananen waren altijd veilig. Ik had mijn eigen bord en mok bij me.

 

Wat is de beste tijd om op pad te gaan?

Ik had een tent meegenomen, om onderweg flexibeler te kunnen zijn. Uiteindelijk heb ik er weinig gebruik van gemaakt. Achteraf gezien was een tent niet nodig.
De winterperiode is een goede tijd: november tot en met januari. Maar zelfs in november kan het soms nog erg warm zijn (tot wel 40 graden). Na januari schiet de temperatuur omhoog. In april en mei is het erg warm.

 

Was het een zware tocht?

Ja. Door de gezondheidssituatie van mijn moeder en mijn partner vertrok ik later dan gepland en had ik maar één maand voor de duizend kilometer. Aangezien er geen duidelijke route is, je regelmatig door riviertjes moet waden en je om 15.00 uur al naar een slaapplaats moet zoeken is het beter voor de tocht 2 maanden uit te trekken. Dan heb je ook tijd om de pelgrimsplaatsen rustig te bezoeken. Ikzelf was daar al vaker geweest.

 

 

Wat zijn belangrijke kenmerken van de route?

  • Lengte: 1000 km.
  • Markering: geen
  • Hoogteverschillen: nauwelijks. Anderzijds was het soms lastig om oversteekplaatsen te vinden voor de vele rivieren.
  • Voor het vinden van een overnachtingsplek moet je echt tijd uittrekken, er zijn vrijwel geen accommodaties. Het feit dat weinig mensen Engels spreken maakt het ook niet makkelijk. De politie die mij een keer aanhield om te vragen wat ik daar deed, kreeg ik nauwelijks aan het verstand gebracht dat ik een pelgrimstocht maakte.

 

Welke vraag zou je nog willen toevoegen?

De Boeddha is waarschijnlijk de “uitvinder” van het pelgrimeren: waarom riep hij zijn volgelingen op om deze pelgrimstocht te maken?
Het woord “pelgrimeren” komt van het Latijnse “peregrinare”: zwerven over de velden. Dat staat in contrast met ons dagelijks leven waarin -meestal- alles is geregeld, in gestolde vormen.
De Boeddha was een zwerver. Hij zag in dat het belangrijk is om die thuisloosheid zelf te kunnen ervaren en te ontdekken dat je juist dan overal thuis bent.
Volgens mij betekent zijn oproep dus vooral dàt: laat je vertrouwde omgeving eens los, kijk wat er dan gebeurt en laat dat zich ontvouwen. Gaandeweg zul je zo inzicht krijgen in het mysterie van het leven, de daarmee verbonden vergankelijkheid èn de manier waarop alles met elkaar samenhangt.

 

Waar kunnen we meer over je reis vinden?

Ik heb de ervaringen van anderen, zoals de twee Chinese monniken, mogen gebruiken. Nu wil ik mijn bijdrage leveren om deze tocht te laten herleven.
Over de tocht schreef ik het boek: Lopen in het voetspoor van de Boeddha. Het boek is vertaald in het Engels onder de titel “Go without fear”. In 2018 verschijnt de op dit boek gebaseerde Engelstalige documentaire onder dezelfde titel. Ook begeleid ik pelgrimsreizen langs de vier plaatsen.

 

Aanvulling(en) op het verhaal van Maarten

Heb jij deze pelgrimstocht ook gelopen of gefietst en wil je jouw ervaringen delen met anderen? Dan kun je een (korte) aanvulling schrijven op het verhaal hiervoor. Lees hier hoe dat werkt.