Verhaal

Mont Saint Michel

Verteller:

Mont Saint-Michel in Normandië, op de grens met Bretagne, was tijdens de middeleeuwen misschien wel de ‘nummer vier’ van de christelijke pelgrimsoorden. Deze magische rots betekende voor sommigen het opstapje naar de hemel! De pelgrims werden ‘miquelots’ genoemd. Tijdens de Honderdjarige Oorlog werd de strategische rots uitgebouwd tot vesting. Napoleon maakte van de berg in zee een strenge gevangenis. Rond de helft van de negentiende eeuw kwamen er weer monniken en werd de rots nationaal Frans erfgoed. Sinds 2001 verzorgen de broeders en zusters van de ‘Monastieke Gemeenschappen van Jeruzalem’ de religieuze aanwezigheid in de abdij.

  • verhaal gepubliceerd op: 28 oktober 2019
  • aanvulling(en) gepubliceerd op: –

 

 

Was deze route voor jou een pelgrimstocht?

Ja, in verband met mijn andere pelgrimstochten en op zoek naar betekenis van Sint Michiel voor mij. Ik ben vertrokken vanuit de Sint-Michielskerk in Antwerpen en ben deze aartsengel onderweg wel meer tegengekomen, onder meer in de Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal van Brussel. Michiel is ook de patroon van Brussel (beeld op de toren van stadhuis) en de stad Nivelles en is tevens patroon van Frankrijk. In Parijs bevinden zich ook de Place en de Fontaine St-Michel. Sint Michiel staat dikwijls op een hoogte of hoge toren.

 

 

Wat waren hoogtepunten op je reis?

Aankomen bij de Mont-Saint-Michel is werkelijk fantastisch. Je ziet de machtige rots al van kilometers ver en het duurt nog een paar uur eer je er bent. Je ziet niets anders dan die rots, die steeds meer dichterbij komt. Als pelgrim mag je een nacht in de pelgrimsherberg vlak bij de abdij slapen. Je krijgt er ook een pelgrimsdiploma. Toeristen zijn slechts van 9 uur ‘s morgens tot 19 uur ‘s avonds op de rots toegelaten. Het is dan ook opvallend rustig rond het ondergaan en opkomen van de zon. Je hebt tijd om de gebedsdiensten in de abdij bij te wonen. Aankomen in Chartres is ook mooi. Daar zie je de kathedraal al van ver boven de huizen uitsteken. In de kathedraal is er zoveel te zien aan glasramen, schilderijen, beelden en versieringen dat je er enkele jaren voor nodig zou hebben om alles echt goed te bekijken. Er is ook een labyrint; om dit beter te zien worden de stoelen eenmaal per week weggezet.

 

Wat was typerend voor de ontmoetingen onderweg?

Op de jacobswegen tot Chartres heb ik slechts een tweetal medepelgrims ontmoet. In de herberg van Mont St-Michel waren er nog drie. Op de Bretonse jacobswegen trof ik nog een vijftal pelgrims. Het is altijd mooi als je bij mensen thuis kunt overnachten.

 

Wat was typerend voor de landschappen onderweg?

Het landschap in Noord- en Midden-Frankrijk is niet het allermooiste: licht golvend en weinig hellingen. Afwisselend akkers, weiden en bossen. Van Bretagne had ik meer verwacht. Ik liep echter door het binnenland. Dus er waren geen stranden of havens of rotsen in de branding. Wel liep ik soms enkele dagen langs rustige rivieren. Alleen de laatste dagen heb ik enkele mooie ‘calvaires’ gezien.

 

 

Hoe zat het met het onderdak, eten en drinken?

Onderweg kon ik gebruikmaken van overnachtingsplaatsen van plaatselijke pelgrimsverenigingen waar je soms kunt overnachten bij particulieren tegen kleine vergoeding. Deze zijn er echter niet op de weg van Chartres naar Mont-Saint-Michel. Verder zijn er chambres d’hotes en kleine hotelletjes. Eten kopen onderweg in winkels is meestal geen probleem. Op zondagochtend zijn de winkelcentra ook geopend. Maar op zondag is het toch wat uitkijken en kun je het best wat mondvoorraad meenemen. Op één zondagavond had ik geen eten. Verder zijn er restaurants of kun je wat inkopen bij bakkers. Dikwijls reserveerde ik een overnachting minstens één dag van tevoren en vroeg ik of avondeten was.

 

Wat is de beste tijd om op pad te gaan?

In principe kun je bijna het hele jaar door gaan. De lente is mijn favoriete seizoen. In de zomer heb je soms concurrentie van toeristen.

 

Was het een zware tocht?

Nee. Geen moeilijkheden, alleen de zorg om elke dag (goedkoop) onderdak te vinden. In Parijs heb ik een duurder hotel geboekt.

 

 

Wat zijn belangrijke kenmerken van de route?

  • Vertrek in Antwerpen. Jacobswegen tot Chartres (Via Brabantica tot St Quentin, dan Chemin Estelle).
  • Tussen Chartres en Mont-Saint-Michel is er een GR. Het pelgrimspad wijkt daar soms van af. Ik volgde de route voorgesteld door de ‘Guide de l’editions Lepère’. De weg is bijna niet aangeduid. Ik gebruikte mijn gps. Later de Bretonse jacobswegen van Mont-Saint-Michel naar Redon en van Redon naar Pointe St-Mathieu.
  • Het waren 32 dagen tot aan Mont-Saint-Michel; 54 in totaal tot Pointe St Mathieu.

 

Welke vraag zou je nog willen toevoegen?

Geen.

 

Waar kunnen we meer over je reis vinden?

Ik hield een blog bij dat nog steeds online staat: https://naarmont-saint-michel.blogspot.com/

 

Aanvulling(en) op het verhaal van Luc

Heb jij deze pelgrimstocht ook gelopen of gefietst en wil je jouw ervaringen delen met anderen? Dan kun je een (korte) aanvulling schrijven op het verhaal hiervoor. Lees hier hoe dat werkt.