Ongebaande paden

Auteur: Sylvain Tesson


Boek en auteur

Het boek Ongebaande paden (subtitel: "Een voetreis dwars door Frankrijk”) is in 2017 uitgegeven door De Arbeiderspers. Het telt 175 pagina's en bevat twee kaartjes, geen afbeeldingen. Het is een vertaling uit het Frans, door Eef Gratama. De oorspronkelijke titel is: Sur les chemins noirs.
Sylvain Tesson is reiziger en schrijver, vaak in combinatie. Hij is onder meer betrokken bij de Association Les Chemins de Saint Michel (rond de pelgrimswegen naar Mont Saint Michel).

 

Beschrijving

Na een zware val van een dak, “in beschonken toestand”, belandt Sylvain Tesson in het ziekenhuis waar hij zichzelf belooft: “Als ik hieruit kom, ga ik een voettocht dwars door Frankrijk maken.” Hij houdt woord. Het is zijn manier om te revalideren. Het wordt een tocht over het stille platteland, langs ongebaande paden: een “vlucht door de velden”. De echte reden voor zijn vlucht noemt hij niet, die zit “onder in mijn rugzak”. Pas aan het slot van zijn verhaal komt hij daar indirect op terug, als hij het heeft over het afsluiten van “de donkere hoofdstukken” in zijn leven.
Tesson vond de inspiratie voor zijn route in een rapport van de Franse overheid over “Het onderontwikkelde platteland”, inclusief een kaart ervan. Dáár wil hij gaan lopen, van de Frans-Italiaanse grens naar het puntje van Normandië. Onderweg probeert hij zoveel mogelijk de kleinste paadjes te volgen, die zwart zijn ingetekend op de stafkaarten: “les chemins noirs”.

 

Focus

Een centraal thema in het boek is de wens te ontsnappen aan “de moderne tijd”. Dat komt soms wat vreemd over. Tesson is (was?) immers echt een stadsmens (Parijs) en een wereldreiziger. En waren het ook niet de moderne kennis en techniek die hem na zijn val konden oplappen?
Anderzijds: is zijn dilemma niet heel herkenbaar? Willen we niet allemaal genieten van gemak en welvaart én ook af en toe “vluchten door de velden”, bijvoorbeeld in de vorm van een pelgrimstocht?
In die zin is het verhaal van Tesson inmiddels nog actueler, nu de schaduwkanten van al ons reizen steeds duidelijker worden, zoals: de belasting van het milieu en het vol-lopen van toeristische trekpleisters. Moeten we eerst als samenleving een zware val maken om te beseffen dat het ook “mogelijk is om je in de beslotenheid van een tuin open te stellen voor de wereld”? "Waarom je leven lang de hort op gaan? Wat levert dat je op?” (p. 79). “Ik vond het (..) beschamend dat ik de hele wereld had afgereisd, maar al het moois in de buurt over het hoofd had gezien.” (p. 166).
Dit boek was, voor mij, een inspirerende uitnodiging om dit dilemma ook zelf te verkennen. Een bonus was, dat het een prachtig geschreven kennismaking is met een mij weinig bekend gebied.

 

Plaatsen

Tesson loopt van de Col de Tende, op de Frans/Italiaanse grens in de Alpen, naar de Cap du Nez Bayard aan de Atlantische Oceaan. Waar mogelijk mijdt hij “de moderne tijd”, zelfs dorpen. (Hij slaapt meestal onder de sterren). Eén plaats springt er in zijn reisverslag positief uit: Mont-Saint-Michel, “een magische stoepa” (p. 158).

 

Meer informatie

  • Het boek kost € 18,99 en is nog in de boekwinkel te koop. Tweedehands aanschaffen of lenen via de bibliotheek is eveneens een goede mogelijkheid.
  • Tesson liet zich leiden door “zwarte wegen”. In die zin is er een interessante link met het verhaal van Jac Geurts, die zich liet leiden door landsgrenzen (zie de recensie van zijn boek De grenzelozen).
  • In 1978 maakte William Least Heat-Moon een rondreis met een camper door landelijk Amerika. Hij volgde de “Blue Highways”, wat ook de titel werd van zijn fascinerende reisverslag. In de Nederlandse vertaling: Blauwe wegen. Zó waren de stille wegen op zijn kaarten ingekleurd: in het blauw.


Recensent: Arno Cuppen (november 2018)