ontdekken & ontmoeten

Verhaal

Sultanstrail (Hongarije – Servië)

Verteller:

Het traject van de Sultanstrail is geïnspireerd door de militaire campagnes van de Ottomaanse Sultan Süleyman I (1494 – 1566) en zijn belegering van Wenen. De route loopt echter van Wenen naar Istanbul (en het graf van Süleyman). Qua richting dus meer die van de kruisvaarders op weg naar het Heilige Land.

Tussen Wenen en Belgrado voert de route langs de oude Romeinse rijksgrens (de Limes) en komt in Hongarije terecht in het grensgebied van Ottomanen en Habsburgers. Voorbij Belgrado voert de route door voormalig Ottomaans gebied. De cultuurverschillen tussen de “Habsburgse wereld” en de “Ottomaanse wereld” zijn onderweg goed merkbaar. Maar tegelijkertijd heeft elke regio een eigen verhaal van migrerende bevolkingsgroepen, politieke- en economische systemen, talen en culturen. Die maken deze route tot een rijke en bijzondere ervaring.

De trail stelt geen bijzondere eisen aan de wandelaar, behalve een “open mind”, een normale fysieke gesteldheid en een beetje creativiteit bij het maken van de dagelijkse keuzes.

  • verhaal gepubliceerd op: 6 februari 2018
  • aanvulling(en) gepubliceerd op: –

 

Was deze route voor jou een pelgrimstocht?

In 2016 liep ik, met mijn vrouw, de Sultanstrail van Budapest naar hartje Servië. Het was haar Sabbatical, ik was net gepensioneerd. De reis werd onderbroken door het overlijden van mijn schoonvader, maar na de begrafenis weer opgepakt. Voor mij was het een voortzetting van mijn ervaringen met de Santiago route. Een bijzondere manier om dicht bij jezelf te komen, bij elkaar, bij de natuur en het land om je heen. In meerdere opzichten was dit voor mij, mede door de genoemde onderbreking, een pelgrimstocht, een tijd van reflectie.

Ondertussen zijn wij beide verslingerd geraakt aan de Balkan na onze wandeling over de Via Egnatia door Albanië, Macedonië en Griekenland, over de Sultanstrail door Hongarije en Servië, en bezoeken aan Bulgarije.

  

 

Wat waren hoogtepunten op je reis?

Voor mij was Budapest een hoogtepunt.  We waren helemaal ondersteboven van de Bisschoppelijke bibliotheek van Kalosca in Hongarije, met een reeks aan 16e eeuwse drukwerken en een prachtig authentieke interieur. Ook waren we erg gecharmeerd van de orthodoxe kloostertjes die verscholen liggen in de bossen van de Frusca Gora in Servië. 


Verder is de overgang van het Hongaars naar Servisch zeer opmerkelijk. Hongaren hebben schroom om een vreemde taal te spreken, Serven helemaal niet en dat werd meteen na het oversteken van de grens duidelijk. Het eerste het beste jongetje dat wij vroegen of hij Engels sprak zei vol overtuiging “yes I do”, ook al bleek even later dat dit zo’n beetje alles was.


Wat ook opvalt is hoe belangrijk religie is in het onderscheiden van bevolkingsgroepen. In zuidelijk Hongarije kom je regelmatig dorpjes tegen met drie kerken, protestant (Hongaars), katholiek (Kroatisch) en Orthodox (Servisch). Ondertussen vraag je je in verwondering af, hoe die verschillende bevolkingsgroepen daar terecht zijn gekomen en hoe ze zich onderling verhouden.

 

Wat was typerend voor de ontmoetingen onderweg?

Van de vele ontmoetingen zijn er drie die er wat mij betreft uit springen. In Bátya, Hongarije, hadden we net onze intrek genomen in een vakantiehuisje, toen er aan de deur werd gebeld en ik mijn vrouw hoorde open doen, klonk het in onvervalst Nederlands, “Hallo, hoe gaat het ermee?”. Het bleek te gaan om een jonge man die enige zomers aan de Griekse kust in de horeca had gewerkt en daar meerdere talen had opgepikt, waaronder Nederlands dus. Basale zinnetjes wel is waar, maar wel nagenoeg accentloos. We hadden een geanimeerde avond.

Over de grens in Servië kregen we een onvervalst plattelands ontbijt voorgeschoteld met een dik stuk gebakken rookspek en drie eieren, en dat om 7.00 uur in de ochtend. Vooral het spek heeft me nog lang parten gespeeld.

Vóór Belgrado raakten we in gesprek met een boer en voor we het wisten werden we volgestopt met spek en Rakia. Bij het afscheid kregen we nog eens een halve liter Rakia mee voor onderweg.

 

Wat was typerend voor de landschappen onderweg?

In Hongarije valt op hoe enorm uitgestrekt landbouwpercelen zijn. De dorpen zijn net zo uitgestrekt, met akkers tussen de huizen. De Sultanstrail volgt tussen Budapest en Smederevo (voorbij Belgrado) de Donau. De westelijke oever ligt soms tientallen meters hoger dan de oostelijke oever, wat mooie vergezichten oplevert. De lage oever is vlak en nat, met veel kreken, afgesloten meanders en moerasland. In het zuiden van Hongarije, bij de samenloop van de Donau en de Drau, ligt een zeer uitgestrekt bos- en natuurgebied, Gemenc.

Het noordelijk deel van Servië, Vojvodina, is zo plat als een pannenkoek, bij Novi Sad onderbroken door een heuvelrug met een rijke fauna en flora en vele en prachtige Orthodoxe kloostertjes.
Voorbij Belgrado begint het heuvelland. Tot Smederevo, volgt de Sultanstrail de Donau. Daarna wordt deze verlaten in zuidelijke richting door de Morava vallei, aan beide zijden geflankeerd wordt door bergen, die bij elkaar komen op de grens met Bulgarije. Vanaf Sofia loopt de route door het Rila gebergte (tot 2200m) en de veel minder hoge Rhodope.
   

 

Hoe zat het met het onderdak, eten en drinken?

We reizen licht, 7-8 kg. Voor alle dagelijkse benodigdheden zijn we dus afhankelijk zijn van wat het land biedt. Over het algemeen lukt dat goed, mits je enigszins planmatig te werk gaat. Overnachtingsadresjes kunnen hier en daar schaars zijn. Dan is het verstandig om je loopschema daarop aan te passen en de mensen op tijd te verwittigen van je komst. In de dorpen is vrijwel altijd een winkeltje. Pinnen is daar nog niet erg gebruikelijk, dus wat contant geld bij je hebben is noodzakelijk.
Serven zijn vlees eters bij uitstek. Voor vegetariërs is het aanbod beperkt, hoewel er altijd salades te krijgen zijn en geroosterde groentes. In het nationale dieet komen ook allerlei bonenschotels voor, maar deze zijn kennelijk niet luxe genoeg voor een restaurantmenu. Wat wel veel gegeten wordt is zoetwatervis. De nationale drank is Rakia, een destillaat met een alcohol percentage van 40-60%, bij voorkeur zelf gestookt van pruimen, druiven, moerbei, kweepeer of elke andere suikerhoudende vrucht.

 

Wat is de beste tijd om op pad te gaan?

Wij liepen tussen begin april en half juni. De maanden juli en augustus zijn over het algemeen te heet om lopen. De winters zijn over het algemeen koud en vergen aangepaste kleding en voorzorgsmaatregelen. Voor de meesten van ons zal het wandelseizoen liggen tussen begin mei en eind november, met uitzondering van juli en augustus. In het voorjaar kan het nog wel nat zijn en de grondgesteldheid maakt lopen dan moeilijk. Overigens heeft elk gebied een eigen microklimaat, liggend tussen het mediterraan- en landklimaat. Zolang het niet te warm is kan de hele dag gelopen worden. Anders wordt de wandeldag beperkt tot de ochtend.

 

Was het een zware tocht?

Nee. Tot Sofia zijn er onderweg geen hoge bergketens te overwinnen. De trail volgt de eeuwenoude migratieroute over de Balkan die vanzelfsprekend de begaanbare wegen volgt. De trail voert zo veel mogelijk over landweggetjes om asfalt te vermijden. Voorbij Sofia heb je de keuze tussen de “laagland route”, die over Plovdiv voert, of de meer avontuurlijke route door het Rilagebergte en de Rhodope.

 

 

Wat zijn belangrijke kenmerken van de route?

  • Lengte: 2200 tot 2400 km, afhankelijk van de gekozen variant.
  • Markering: nee, ook al kun je onderweg Sultanstrail stickers tegenkomen.
  • De lokale bevolking is niet vertrouwd met de trail. De mensen zijn over het algemeen auto georiënteerd en sturen je bij vragen over de route dan ook steevast de verkeerde kant op. Je bent aangewezen op je eigen oriëntatievermogen, ondersteund door de GPS-track van de route.  Deze GPS-track  is verkrijgbaar via de website van de Sultanstrail. Ook is een lijst beschikbaar met accommodaties, bezienswaardigheden en OV-aansluitingen.

 

Welke vraag zou je nog willen toevoegen?

Wat maakt de Sultanstrail zo interessant? De Sultanstrail loopt door een zeer bewogen deel van Europa, dat wij van huis uit nauwelijks kennen. Voor mij is het een cultureel avontuur. Door dezelfde valleien waar wij doorheen trekken naar het zuiden zijn vroege volkeren onze kant op komen reizen. Zijn legers van de Romeinen, Byzantijnen en Turken getrokken, maar ook de Kruisvaarders op weg naar Jeruzalem, handelskaravanen, priesters en ambtenaren. We trekken van het voormalige Habsburgse rijk naar het voormalige Ottomaanse rijk beide met hun eigen specifieke  kenmerken, die ook zijn achtergebleven in de mensen. Ik vind het interessant en een kunst om deze kenmerken te onderkennen en waarderen. Tegelijkertijd zijn de mensen onderweg hartverwarmend gastvrij en geroerd door je belangstelling en dat maakt de tocht ook aangenaam.

 

Waar kunnen we meer over je reis vinden?

Alle informatie over de Sultanstrail is te vinden op de website van de Stichting Sultans Trail, op diverse facebook-pagina’s , blogs, Wikipedia en Instagram. Je kunt de Stichting ook mailen of bellen. De Stichting is gevestigd in Haarlem en heeft daar een kantoor.

 

Aanvulling(en) op het verhaal van Max

Heb jij deze pelgrimstocht ook gelopen of gefietst en wil je jouw ervaringen delen met anderen? Dan kun je een (korte) aanvulling schrijven op het verhaal hiervoor. Lees hier hoe dat werkt.