ontdekken & ontmoeten

Via Lusitana (Oost-Portugal)

De Via Lusitana begint bij de monding van de Rio Guadiana (bij Vila Real de Santo Antonio) en haakt bij Orense aan op de Ruta de la Plata en de Caminho Português Interior. Deze drie wegen gaan dan samen naar Compostela.
Lusitania was een Romeinse provincie. Deze bestond uit een groot deel van Portugal plus de Spaanse Extremadura. In de geschiedenis van Zuid-Portugal speelden Romeinen, Islamitische Moren, Joden en Katholieke kloosterorden een belangrijke rol. In steden als Mertola, Beja en Evora hebben zij hun sporen achtergelaten.
Na de hoogst gelegen stad in Portugal, Guarda, passeert de Via Lusitana de Douro bij Peso da Regua en buigt daarna geleidelijk westelijk, in de richting van Orense.
De Via Lusitana gaat door ongerept berg- en natuurgebied (maximale hoogte: 1300 meter) met dun bevolkte regio’s.
Ik liep de Via Lusitana in 2016, tot Peso di Regua. Ik liep de route vooral met hulp van GPS. Inmiddels is er meer informatie beschikbaar. Toch is het een route voor ervaren wandelaars.

 

 

Was deze route voor jou een pelgrimstocht?

De weg was vaak stil en leeg. Het ritme van mijn stappen wekte een soort meditatieve rust. Zintuigen werden helder. Ik proefde intens de omgeving, de natuur, de mensen. De Lusitana biedt qua natuur, steden en dorpen stilte en diversiteit. Ik liet de regie los en ontspannen vertrouwen nam dit over. Verwachtingen doofden en ik kon accepteren wat op mijn weg kwam. Tijdens een stevige klim in de bergen voelde ik me lamlendig moe, maar eenmaal bovengekomen verscheen onder me een eindeloos uitgestrekt gebied. Op zo’n moment voelde ik me klein, maar tevens machtig, alsof ik meegeholpen had om dit imposante paradijs te scheppen. De energie van zo’n geluksmoment verdreef de vermoeidheid.
Ontmoetingen met bloemen, dieren, natuur, mensen maakten me gelukkig. De in mijn jeugd ingebakken vraag wie al dit moois geschapen had, vond ik hier niet meer passen. Het was er en het was prachtig.
  

 

Wat waren hoogtepunten op je reis?

In een grot hoog in de bergen bij het dorp Castelo Novo redde Maria op wonderlijke wijze een verdwaald meisje. Studenten vertelden dit verhaal in een kerkje, beneden in het dal. Ik zocht de grot van dit wonder boven me op de bergkam. Ik besefte niet dat ik straks via dezelfde richel de berg over moest. Na een lange klimpartij stond ik later bij dezelfde Mariagrot. Aan de andere kant van de berg verscheen een wijds panorama met tussen de melkachtige nevel de huisjes van Fundao.
De Guadiana rivier kronkelde tussen heuvels. Bij Alcoutim dreigden burchten eeuwen lang aan weerszijden van de oevers naar elkaar. Na elke kronkel verschenen nieuwe vergezichten met stemmige wolkenluchten. Bij nadering van de rivieren de Douro, de Taag en de Rio Zezere maakte het beperkte perspectief van het bospad abrupt plaats voor licht en ruimte.
Het uitbundige feest bij de brandweer van Beja.
De GR40 tussen Nisa en Vila Velha de Rodao: eenzame paden door een stil natuurgebied.

 

Wat was typerend voor de ontmoetingen onderweg?

Tijdens mijn tocht in 2006 leken Portugezen klein, gedrongen, alsof het leven zwaar was. In 2016 zag ik dit niet meer. Ik voelde me op mijn gemak.
Alfonso, een 76 jarige tanige zelfbewuste geitenherder, wees me de weg en bracht me naar de plek waar ik in het kale landschap de beek kon oversteken. Deze leeftijdsgenoot was vergroeid met deze serra en sliep ‘s nacht buiten.
Bij brandweerkazernes zoals in Beja was ik welkom. De bevolking bewondert deze mensenredders/helpers. De brandweerlieden zijn van hun geboorte tot zelfs na hun dood lid van het Corps. De kazerne dient vaak als gemeenschapsgebouw.
Mensen trekken weg uit het verarmde dorp Cibola de Cime. De textielfabrieken werden na het faillissement gesloten. Toch werd ik hier warm en gastvrij ontvangen. Het dorp bestond uit steegjes met verweerde panden, kapotte ruiten en verroeste balkons in de sfeer van Anton Pieck. Samen met Don José, de lieve dorpspastoor, bezochten we de bejaarden in het Casa del Misericordia.

 

Wat was typerend voor de landschappen onderweg?

Langs de monding van de Rio Guadiana gaat de weg door een vlak, brak landschap. Verder Noordelijk wordt het heuvelachtiger en stijgt de weg geleidelijk naar de hoogst gelegen stad in Portugal, Guarda (1056 m). Voorbij de Douro, tussen Guarda en Orense, is het hoogste deel (1285 m).
De grote rivieren stromen van Oost naar West. Elk rivierdal betekent afdalen en oversteken om aan de andere kant eenzelfde stuk omhoog te moeten. De dalen bieden prachtige vergezichten, maar de prijs is vaak pittig. Om een klim te vermijden, probeerde ik soms op de GPS een alternatieve route te maken. Uit het verslag van Rolf Kummer constateer ik dat ik het me daardoor soms moeilijker maakte.
De Via Lusitana kruipt door bergen en doorkruist mooie natuurgebieden. Onderweg liep ik door dorpen en steden met interessante bezienswaardigheden.
  

 

Hoe zat het met het onderdak, eten en drinken?

Onderweg zocht ik op de plaats van aankomst onderdak en eten. Ik had altijd (beperkt) noodeten bij me.
Bewoners trekken weg uit de kleine bergdorpjes. Grotere gemeenten proberen werk te creëren door het toerisme te stimuleren. (Vooral actief toerisme zoals wandelen, fietsen e.d.). Zelf sliep ik vaak bij de Brandweer. In de meeste plaatsen is er ook andere accommodatie, hoewel (nog) geen pelgrimsherbergen tot Orense. Het is niet nodig een tent mee te nemen.
Soms was er bij de kazerne een restaurant. Voor hulp/raad kan iedereen bij de Bombeiros (Brandweer) terecht. Men eet vaak later op de avond (ca. 20.00 u). Tussen de smalle kronkelige steegjes vond ik daarna in het duister met behulp van mijn GPS de weg naar mijn slaapplek.
Ik dronk altijd kraanwater. In grote kazernes dronk men water uit flessen. Over het algemeen zijn er voldoende mogelijkheden om te eten en te drinken.

 

Wat is de beste tijd om op pad te gaan?

Moeilijke vraag vanwege het onvoorspelbare, wisselvallige weer. Ik liep van begin mei tot begin juni. Soms was het een natte bedoening.
April, mei, juni hebben mijn voorkeur. Het is voorjaar, lang licht buiten, de natuur krijgt kleur en de dieren zijn actief en levendig. In de Meimaand wordt in sommige dorpjes feest gevierd en wordt de brandweer in het zonnetje gezet. Juli en augustus zijn de warmste maanden.

 

Was het een zware tocht?

De tocht vond ik matig zwaar. De bergen en -vooral- de afdalingen naar en de beklimmingen vanaf de rivieren waren vaak pittig. Het uitzicht op de top van de bergen was een beloning. Mijn pelgrimsleven verliep elke dag als volgt: “’s ochtends opgewekt starten en op het eind van de dag moe sjokken.” Onderweg nam ik waar mogelijk een drankje in het dorpscafé, dat diende als hangplek en oppepper.
   

 

Wat zijn belangrijke kenmerken van de route?

  • afstand: via de Lusitana naar Orense is 925 km.; van Orense naar Santiago is 100 km.
  • markering: gebrekkig, incidenteel en verwarrend vanwege andere routemarkeringen.
  • tip: vanaf Peso da Regua rijdt een treintje langs de Douro naar Porto. Dit kan als uitstapje of als mogelijkheid om de tocht in twee delen af te leggen.

 

Welke vraag zou je nog willen toevoegen?

Geen. 

 

Waar kunnen we meer over je reis vinden?