ontdekken & ontmoeten

Verhaal

Via Monastica, Via Campaniensis

Verteller:

In 2004 heb ik mijn eerste pelgrimstocht gemaakt, samen met mijn fietsmaat Ellie, naar Santiago de Compostela. Later hoorde ik drie mannen over hun voettocht naar Santiago zeggen: ”Je moet alles opnieuw leren, een mens is niet gewend alleen te zijn.” Toen wist ik: eens zal ik alleen een lange voettocht maken, wanneer het in mijn leven past.
In 2016 nam ik het besluit: GAAN. Ik had een enerverend jaar achter de rug. Het moeilijkst was om NEE tegen mijn man te zeggen. Hij wilde graag mee, maar dit wilde ik alleen doen. Op 26 maart 2017 vertrok ik vanuit Ursem te voet naar Rome. Op 30 juni ben ik aangekomen.
De tocht kan ik opsplitsen in twee delen: vóór en na de Grand-Saint-Bernard. Ervóór was ik veel alleen en op mezelf aangewezen. In Italië was het feest, er kwamen meer mensen op mijn pad.
Hier wil ik mijn ervaring delen over het eerste deel, met name de Via Monastica en de Via Campaniensis. In één woord: fantastisch.

  • verhaal gepubliceerd op: 14 oktober 2018
  • aanvulling(en) gepubliceerd op: –
       

 

Was deze route voor jou een pelgrimstocht?

Ik wilde alleen gaan, dan zou het mijn tocht worden. Waarom? Ik ben heel beschermd opgevoed en heb altijd mensen om mij heen gehad. Nu wilde ik uit mijn comfort zone treden.
Ik begon de tocht niet als een pelgrimstocht, maar dat is het wel geworden. Dit omdat je jezelf over onzekerheden moet zetten. Zo heb ik de eerste week mijn overnachtingsplekken geboekt. De tweede week moest ik dit loslaten en erop vertrouwen dat er altijd wel een slaapplek zou zijn. Later zag ik ook op tegen de St. Bernardpas. Het is niet de berg die we moeten overwinnen, maar onszelf. Uiteindelijk loste het zich vanzelf op, doordat ik met iemand mocht meelopen. Bedankt…
Ik ben katholiek opgevoed, maar niet meer praktiserend. Je bezoekt kerken en kapelletjes en steekt een kaars op. Je doet een klein gebed en hoopt dat alles goed mag gaan. Steeds is de oplossing nabij en alles valt op z’n plek. Je bent niet alleen. Je ontmoet de goedheid in de mensen.
  

 

Wat waren hoogtepunten op je reis?

In de Vredeskerk in Amsterdam werd ik hartelijk ontvangen door een vrouw van Chileense afkomst die de refugio bij het kerkje van Eunate (Camino Francés) heeft gerund, samen met haar man. In 2004 hadden Ellie en ik koffie bij hen gedronken. Wat een toeval.
In Den Bosch was ik van harte welkom op een Pelgrims voor Pelgrims adres. Zij konden niet op tijd thuis zijn maar ik mocht de sleutel bij de naastliggende benzinepomp ophalen. Later kwamen zij thuis, werd er heerlijk gekookt en hebben we ’s avonds gezellig gezeten.
De zegening in Vessem door broeder Fons heeft mij veel gedaan. De woorden die hij uitsprak nam ik mee op mijn reis en gaandeweg werd de betekenis mij duidelijk. Ook vergeet ik het advies van Adrie, vrijwilliger in Vessem, niet meer: onderweg vragen, Tine, vragen.
In Tienen (België) was ik welkom bij René en Rita. We hebben in de tuin gezeten en het was meteen gezellig. Rita had heerlijk gekookt en we dineerden uitgebreid aan een prachtig gedekte tafel.

 

Wat was typerend voor de ontmoetingen onderweg?

De vriendelijkheid en de hulpvaardigheid. Halverwege België kwam er een vrijheidsgevoel over me. Ik noemde het: het Swiebertje gevoel, alleen de keuken van Saartje ontbrak. Prompt werd ik van de weg geroepen en uitgenodigd voor een kop koffie in de keuken van een oudere dame!
Steeds weer die onverwachte dingen en kleine gesprekjes waar je zo intens gelukkig van kan worden. De hulpvaardigheid op de gemeentehuizen. De gastvrijheid van de gemeentelijke refugio’s, vaak met vrijwilligers die voor je klaarstaan. De vrienden van St. Jacobus in België, waar je mag overnachten. Vaak willen zij het volgende slaapadres reserveren. Fijn, want mijn Frans is niet opperbest.

 

Wat was typerend voor de landschappen onderweg?

De natuur, het voorjaar en de vogels.
In Nederland genoot ik met volle teugen van de bloesem aan de fruitbomen. In België van de dauw ’s morgens over de Maas: het mystieke, dat boven de rivier hing en de frisheid van de nieuwe dag. In Noord Frankrijk genoot ik van de wolkenluchten en het heuvelachtige landschap. De ellenlange akkers vol met koolzaad. De oneindigheid van de landbouwpaden en dan, plots, een piepklein teken in de akker, zo summier. Het was voorjaar en de wereld kwetterde van de jonge vogels. Ik heb geen verstand van vogels, maar je wordt er wel blij van. De belofte hangt in de lucht.
  

 

Hoe zat het met het onderdak, eten en drinken?

In Nederland had ik de eerste acht nachten geboekt bij Vrienden op de Fiets of bij Pelgrims voor Pelgrims. In Vessem liet ik dit los en boekte één dag van te voren.
In België heb ik overnacht in kloosters (zoals Tongerlo en Scherpenheuvel), in een chalet op een camping en een gemeentelijke refugio. De kloosters zijn prachtige plaatsen, waar je anders alleen als toerist komt.
Vlak voor Rocroi heb ik in een chalet overnacht. Ik sliep daar alleen en voelde me veilig en geborgen.
Veel adressen staan in het route boekje. Je kunt je gastvrouw/heer, het Office de Tourisme of het gemeentehuis (Mairie) vragen om naar het volgende adres te bellen.
Ik vroeg mijn gastvrouw vaak om een extra broodje voor de lunch . Onderweg nam ik een kom soep en ’s avonds in een restaurant koos ik het hoofdmenu. Onderweg kocht ik in een supermarkt vaak fruit of yoghurtdrank. Ik zorgde altijd dat ik wat voedsel in mijn rugzak had voor het geval ik geen winkel mocht tegenkomen of die onverwachts gesloten was.

 

Wat is de beste tijd om op pad te gaan?

Ik ben in het voorjaar gaan wandelen in verband met de verwachte warmte in Italië en de lengte van mijn verlof. Ik wilde vóór de grote vakantie terug zijn, omdat ik collega’s heb met jonge kinderen.
Ik ging ervan uit dat ik 25 km per dag kon wandelen en kwam zo uit op, afgerond, 3 maanden. Ik heb alle tijd gehad.
Het voordeel van het voorjaar is dat de dagen lengen. Alleen de grote St Bernhardpas baarde zorgen: zou die open zijn? Dat bleek gelukkig het geval. (Vrijwilligers in een refugio hebben dat enkele dagen van te voren voor mij gechecked).

 

Was het een zware tocht?

Voor mij was het geen zware tocht. Ik heb gelukkig een goede conditie, ik sport veel. De eerste week adviseer ik niet te lange afstanden te lopen. Je lichaam moet wennen aan het wandelen, de rugzak, de warmte. Het onderweg zijn is je beste training.
  

 

Wat zijn belangrijke kenmerken van de route?

  • Tot Vessem volgde ik pelgrimswegen in Nederland,
  • Daarna de Via Monastica naar Rocroi, en vervolgens de Via Campaniensis tot Reims. Daar pikte ik de Via Francigena op.
  • De routes zijn prima gemarkeerd met borden met een blauwe achtergrond en de gele schelp. De kaarten met beschrijving in de boekjes zijn ook duidelijk. Bovendien had ik mijn route in een GPS.
  • De lengte van de etappes is geen probleem, er is voldoende accommodatie.
  • De wandelwegen zijn wisselend: natuur, B-wegen en soms een drukkere weg.

 

Welke vraag zou je nog willen toevoegen?

Geen vraag, maar een advies: neem de tijd voor de voorbereiding. Ik heb me een jaar lang voorbereid, het werd steeds meer mijn eigen tocht. Vooraf ging ik reisverslagen lezen, zodat ik me een voorstelling kon maken van waar ik aan begon.
Belangrijk is ook de route met zorg te kiezen en voor te bereiden. Ik had verschillende plaatsen in mijn hoofd en liep als het ware, in gedachten, etappes tussen die plaatsen.
Denk niet in kilometers naar het eindpunt, maar blijf in de waan van de dag. Geniet van de weg er naar toe.

 

Waar kunnen we meer over je reis vinden?

Nergens. Ik heb geen blog bijgehouden. Digitaal ben ik niet zo actief geweest en achteraf ben ik daar blij mee. Het is mijn reis geweest. Later heb ik op verzoek van de kerk een presentatie gegeven van mijn tocht.
Meer informatie over de route is hier te vinden:

 

Aanvulling(en) op het verhaal van Tine

Heb jij deze pelgrimstocht ook gelopen of gefietst en wil je jouw ervaringen delen met anderen? Dan kun je een (korte) aanvulling schrijven op het verhaal hiervoor. Lees hier hoe dat werkt.